Keurder neemt foto van elektriciteitsbord. Een veilige elektrische installatie is onmisbaar. | Risicoanalyse elektrische installaties, liften en brandveiligheid - AREI wijzigingen 2026 Modifications RGIE 2026 wijzigingen AREI TN-C en IT Wijzigingen AREI TN-C & IT-netstelsels

Wijzigingen AREI 2026

3 maart 2026

De wijzigingen AREI die ingaan op 1 april 2026 lijken op het eerste gezicht technisch. Maar voor u als preventieadviseur zijn ze vooral strategisch.

Want bij een incident kijkt men niet alleen naar de installatie. Men kijkt naar uw opvolging & aantoonbare conformiteit.

De wijzigingen situeren zich hoofdzakelijk in drie domeinen. De vraag is: heeft u ze al getoetst aan uw huidige installatie?

Wijzigingen AREI TN-C netsystemen: waar schuilt het risico?

Er zijn gewijzigde voorschriften over de uitvoering van TN-C netsystemen.

Het TN-C netsysteem is verboden:

  • Wanneer de geaarde actieve geleider (PEN, PEM en PEL) gebruikt wordt in een eindstroombaan;
  • In huishoudelijke installaties, gemeenschappelijke delen van een residentieel geheel en elektrische installaties zonder BA4/BA5 personeel;
  • In ruimten gekenmerkt door de uitwendige invloeden BE2 en/of BE3 en/of CA2;
  • Voor de toegekende stroombaan van een laadinrichting van elektrische voertuigen;
  • In tijdelijke, mobiele of verplaatsbare elektrische installaties.

Daarnaast heeft de geaarde actieve geleider (PEN, PEM en PEL) een doorsnede van tenminste 10 mm² in koper of 16 mm² in aluminium tenzij de nominale spanning van de stroombaan beperkt is tot de conventionele absolute spanningsgrens UL

Er wordt hierop geen uitzondering meer gegeven voor 2-fasige stroombanen. Op dit laatste voorschrift is een overgangsbepaling van toepassing voor projecten of werkzaamheden waarvan de uitvoering ter plaatse werd aangevangen vóór 01/04/2026.

Wijzigingen AREI TN-C & IT-netstelselsWijzigingen AREI TN-C & IT-netstelsels

Wijzigingen AREI IT-netsystemen: monitoring wordt verantwoordelijkheid

Naast de reeds bestaande opties om te actief te beveiligen tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking komen er 2 opties bij. We komen zo uit op 6 mogelijke inrichtingen of toestellen die gebruikt mogen worden, zijnde:

  • Beschermingsinrichtingen tegen overstroom
  • Differentieelstroombeschermingsinrichtingen
  • Beschermingsinrichtingen tegen foutspanning
  • Toestellen voor permanente isolatiebewaking die kunnen gecombineerd worden met een isolatiefoutzoeksysteem
  • Differentieelstroomisolatiebewakingstoestellen (*) (nieuw)
  • Bewakingstoestellen met een technologie die ten minste een gelijkwaardig bewakingsniveau verzekert als een van de 2 voorgaande toestellen (**) (nieuw)

(*) Differentieelstroomisolatiebewakingstoestellen zijn toestellen die hetzij een uitschakeling veroorzaken, hetzij een alarm geven wanneer een verliesstroom gedetecteerd wordt. Differentieelstroombeschermingsrichtingen zullen daarentegen altijd een uitschakeling veroorzaken wanneer er een verliesstroom gedetecteerd wordt.

(**) Deze optie werd toegevoegd om flexibel te zijn naar de toekomst wanneer er mogelijke nog andere types van isolatiebewakingstoestellen op de markt zouden komen.

Wanneer in een IT-netsysteem geen automatische onderbreking van de voeding gebeurt bij een eerste fout, geldt er nu een nieuw voorschrift. Een permanente bewaking is verplicht om het bestaan van een eerste massa- of aardfout te melden en hiervoor moet gebruik gemaakt worden van één van de laatste 3 hierboven vermelde toestellen.

Op dit laatste voorschrift is een overgangsbepaling van toepassing voor projecten of werkzaamheden waarvan de uitvoering ter plaatse werd aangevangen vóór 01/04/2026.

Wijzigingen AREI TN-C & IT-netstelsels

Differentieelbeveiliging in niet-huishoudelijke installaties: geen standaardtabel meer

Tabel 4.4 verdwijnt uit Boek 1. Men dient de maximaal toegelaten gevoeligheid van de differentieelstroombeschermingsinrichting nu altijd te berekenen via de formule:

IΔn x RE ≤ UL

hierin is:

  • IΔn in A: gevoeligheid van de differentieelstroombeschermingsinrichting;
  • RE in Ω: spreidingsweerstand van de aardverbinding van de massa’s
  • UL in V: conventionele absolute spanningsgrens

De spreidingsweerstand van de aardverbinding mag hierbij nooit hoger zijn dan 500 Ω voor droge en niet-geleidende ruimten (AD1, BB1 en BC1) en 250 Ω voor andere ruimten (AD2 tot AD5, BC2 en BB2).

Wijzigingen AREI TN-C & IT-netstelsels
3 maart 2026

Wat gebeurt er als dit niet geëvalueerd wordt?

Bij een volgende keuring kan dit leiden tot:

✔ Opmerkingen of inbreuken

✔ Verplichte aanpassingen

✔ Interne discussie over verantwoordelijkheid

✔ En bij een incident? Dan wordt gekeken of u redelijkerwijs kon weten dat de regelgeving gewijzigd was.

Wilt u zeker zijn dat uw installatie conform blijft met de wijzigingen in 2026?

Normec BTV helpt u om:

✔ Uw huidige situatie technisch te toetsen
✔ Risico’s helder in kaart te brengen
✔ Conformiteit aantoonbaar te maken

Geen overbodige ingrepen. Wel duidelijkheid.

Neem contact op met onze experten via com-btv@normecgroup.com. 

Download de gratis beslissingskit voor ATEX zonering en ATEX zones (zone 0, 1 en 2) en krijg snel een eerste indicatie:

  • of er mogelijk explosiegevaarlijke zones aanwezig zijn
  • of een zoneringsdossier nodig is of nog actueel is

Offerte aanvragen

Adres van controle(Vereist)
Max. bestandsgrootte: 64 MB.

Adres van controle(Vereist)
Functie(Vereist)

Certificatie aanvragen

Aanvraag controle voor certificatie

Offerte aanvragen

Adres van controle(Vereist)
Functie(Vereist)
Max. bestandsgrootte: 64 MB.