De wijzigingen AREI die ingaan op 1 april 2026 lijken op het eerste gezicht technisch. Maar voor u als preventieadviseur zijn ze vooral strategisch.
Want bij een incident kijkt men niet alleen naar de installatie. Men kijkt naar uw opvolging & aantoonbare conformiteit.
De wijzigingen situeren zich hoofdzakelijk in drie domeinen. De vraag is: heeft u ze al getoetst aan uw huidige installatie?
Er zijn gewijzigde voorschriften over de uitvoering van TN-C netsystemen.
Het TN-C netsysteem is verboden:
Daarnaast heeft de geaarde actieve geleider (PEN, PEM en PEL) een doorsnede van tenminste 10 mm² in koper of 16 mm² in aluminium tenzij de nominale spanning van de stroombaan beperkt is tot de conventionele absolute spanningsgrens UL
Er wordt hierop geen uitzondering meer gegeven voor 2-fasige stroombanen. Op dit laatste voorschrift is een overgangsbepaling van toepassing voor projecten of werkzaamheden waarvan de uitvoering ter plaatse werd aangevangen vóór 01/04/2026.
Naast de reeds bestaande opties om te actief te beveiligen tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking komen er 2 opties bij. We komen zo uit op 6 mogelijke inrichtingen of toestellen die gebruikt mogen worden, zijnde:
(*) Differentieelstroomisolatiebewakingstoestellen zijn toestellen die hetzij een uitschakeling veroorzaken, hetzij een alarm geven wanneer een verliesstroom gedetecteerd wordt. Differentieelstroombeschermingsrichtingen zullen daarentegen altijd een uitschakeling veroorzaken wanneer er een verliesstroom gedetecteerd wordt.
(**) Deze optie werd toegevoegd om flexibel te zijn naar de toekomst wanneer er mogelijke nog andere types van isolatiebewakingstoestellen op de markt zouden komen.
Wanneer in een IT-netsysteem geen automatische onderbreking van de voeding gebeurt bij een eerste fout, geldt er nu een nieuw voorschrift. Een permanente bewaking is verplicht om het bestaan van een eerste massa- of aardfout te melden en hiervoor moet gebruik gemaakt worden van één van de laatste 3 hierboven vermelde toestellen.
Op dit laatste voorschrift is een overgangsbepaling van toepassing voor projecten of werkzaamheden waarvan de uitvoering ter plaatse werd aangevangen vóór 01/04/2026.
Tabel 4.4 verdwijnt uit Boek 1. Men dient de maximaal toegelaten gevoeligheid van de differentieelstroombeschermingsinrichting nu altijd te berekenen via de formule:
IΔn x RE ≤ UL
hierin is:
De spreidingsweerstand van de aardverbinding mag hierbij nooit hoger zijn dan 500 Ω voor droge en niet-geleidende ruimten (AD1, BB1 en BC1) en 250 Ω voor andere ruimten (AD2 tot AD5, BC2 en BB2).
Bij een volgende keuring kan dit leiden tot:
✔ Opmerkingen of inbreuken
✔ Verplichte aanpassingen
✔ Interne discussie over verantwoordelijkheid
✔ En bij een incident? Dan wordt gekeken of u redelijkerwijs kon weten dat de regelgeving gewijzigd was.
Normec BTV helpt u om:
✔ Uw huidige situatie technisch te toetsen
✔ Risico’s helder in kaart te brengen
✔ Conformiteit aantoonbaar te maken
Geen overbodige ingrepen. Wel duidelijkheid.
Neem contact op met onze experten via com-btv@normecgroup.com.